In een interview met de Britse krant The Guardian heeft Greenpeace gisteren gedreigd met ‘oorlog’ als de klimaattop in Rio de Janeiro niet leidt tot een voldoende concreet actieplan met bindende afspraken voor de internationale gemeenschap.

Greenpeace-directeur Kumi Naidoo plaatst in het interview de uitdaging om de aarde te redden op één lijn met de strijd tegen apartheid, vóór burgerrechten en tegen slavernij. In zijn visie is het voor het milieu één minuut voor twaalf. Als overheden en bedrijven moeilijke keuzes tussen welvaart en welzijn voor zich uit blijven schuiven, dan rest Greenpeace niets anders dan op te roepen tot wereldwijde burgerlijke ongehoorzaamheid, aldus Kaidoo.

In de geschiedenis komt grote verandering soms alleen tot stand door massaal verzet tegen de gevestigde machten, zegt hij. “Deze strijd is het waard om desnoods voor naar de gevangenis te gaan of in het uiterste geval voor te sterven.”

Opmerkelijke woorden. In een globaliserende wereld plaatst Greenpeace zich ermee aan het hoofd van de oppositie tegen de G20 cum suis. Voor zover de organisatie er een ‘sense of urgency’ mee probeert te kweken voor betekenisvolle klimaatactie, is het mogelijk sympathie op te brengen voor deze stevige stellingname.

Hoog tijd om knopen door te hakken en bindende afspraken te maken waardoor het milieu niet langer het kind is van de rekening van economische groei. Duurzame ontwikkeling mag niet alleen een ‘opportunity’ zijn; het moet ook een ‘obligation’ zijn. Het is niet of-of maar en-en.

Dit accepteren zou een belangrijke ommezwaai zijn voor overheden en bedrijven die graag groen doen, maar alleen zolang het in hun eigen straatje past. Duizenden ambtenaren zijn achter de schermen bezig om de slottekst van Rio tot een tandeloos gedrocht te maken, geholpen door lobbyisten van dezelfde bedrijven die in groten getale zijn afgereisd om in de marge van de klimaatconferentie hun duurzame gezicht te tonen. De frustratie hierover bij vele milieugroepen vertaalt zich in de woordkeuze van Greenpeace.

Er doemen echter problemen op aan de horizon wanneer Greenpeace oorlogstaal bezigt. Om te beginnen is dit een trendbreuk binnen een organisatie die het evenwicht moet bewaken tussen twee bloedgroepen binnen de achterban: de voorstanders van de weg van vreedzaamheid en de activistische vleugel die kiest voor de gezichtsbepalende maar ook gewaagde vormen van protest waarmee Greenpeace naam heeft gemaakt.

Maar er zijn grotere vragen. Binnen de democratische rechtsorde (om ons daartoe maar even te beperken) is er een zekere ruimte voor buitenparlementaire actie. Met burgerlijke ongehoorzaamheid worden de grenzen van de grondwettelijke reikwijdte van bestaande vrijheden opgezocht. De grens tussen burgerlijke ongehoorzaamheid en verdergaande actie is poreus. Je beweegt je in een glijdende schaal binnen een continuum waartoe uiteindelijk ook bijvoorbeeld ecoterrorisme behoort.

De grens van burgerlijke ongehoorzaamheid naar volgens actievoerders geoorloofd geweld wordt des te gemakkelijker overschreden daar waar je groepen wereldwijd weet te inspireren dat het doel de middelen heiligt. Dat hoeven niet eens grote groepen te zijn. Kijk naar al-Qaida. Ik wil het huidige Greenpeace niet vergelijken met een islamitische terreurorganisatie. Het gaat mij om het gevaar van afglijden naar vormen van verzet die op gespannen voet staat met de rechtsorde, uit naam van de ‘goede zaak’.

Woorden zijn van betekenis. Leiders dienen ze zorgvuldig te kiezen, ook omdat ze door mensen met andere intenties onbedoeld kunnen worden opgevat als een bron van inspiratie voor handelen naar eigen inzicht.

Als geweld om de hoek komt kijken heiligt het doel de middelen nooit. Dus moet Greenpeace met zijn oorlogstaal op zijn tellen passen voordat het een geest uit de fles laat die je er niet makkelijk weer in terugkrijgt. Een missie om op te komen voor een groter maatschappelijk belang is één ding, maar het lokt eveneens vragen uit over het soort wereldorde dat dan de huidige zou moeten vervangen. Daar heeft niemand een passend antwoord op, ook de milieubeweging niet.

Het is nog maar kort geleden dat we met de val van de Berlijnse Muur in Europa de erfenis van ons af hebben geschud van wat begon als de ‘dictatuur van het proletariaat’. De geschiedenis van de twintigste eeuw heeft geleerd wat het appèl kan zijn van het najagen van utopieën voor een betere wereld, maar ook in wat voor chaos en geweldsorgie dit kan eindigen. Het laatste waarop we zitten te wachten is een nieuwe dictatuur van het klimaatactivisme.

Blijft staan een krachtig signaal van Greenpeace aan overheden en bedrijven, maar wel een dat vraagt om wijsheid en maatvoering mocht de organisatie haar woorden in daden willen omzetten. Waakzaamheid is geboden: hoe ver is té ver?