Als ik zwijmel, als ik wegzak, dan roep ik intuïtief Shinran als mijn beschermengel aan en samen lispelen we de Boeddha toe in ik weet niet welke incarnatie.

Mijn medicijnen dempen de pijn maar benemen me ook een heldere geest. In gesprek zakt mijn aandacht soms weg. Ik word moe van drukte en kortademig van een telefoontje. Ik raak woorden kwijt terwijl ik midden in een zin zit.

Regelmatig lig ik in bed te zwijmelen. Beelden schieten in een staat van half-bewustzijn voorbij. Dit gaat al een aantal weken zo en het einde van dit leven als een zombie is nog lang niet in zicht. Ik had net een scootmobiel gehuurd, maar deze staat na enkele uitstapjes stilletjes in een hoekje.

Boeddhisme begon voor mij als een poging rust en berusting te vinden temidden van de turbulentie van een grillige ziekte. Van het rusten verschoof de aandacht naar ervaren. Ervaren wat is. Ervaren in meditatie. Ervaren als een soort levensbeginsel.

In meditatie ervaren hoe de Dharma zich ontvouwt. In studie ervaren hoe de Dharma zich ontvouwt. In het dagelijks leven ervaren hoe de Dharma zich ontvouwt. Boeddhisme als verklaringsmodel dat je ontdekt door de werkelijkheid te laten gebeuren, niet door een construct op te leggen aan die werkelijkheid.

Van rust vinden en berusten naar ervaren. Van ervaren naar geloven. Uit het niets heeft dit geloven me beslopen. Stukje bij beetje heeft het zich ongemerkt vastgezet. Opgenomen in de dharma-stroom. Zo is het. Dit is de weg. Waarheen je ook gaat, je bent op weg, geborgen onder de vleugels van de Dharma.

Als ik buiten in de tuin lig, glimlacht de Dharma mij tegemoet in het ruisen van het gebladerte en in het concert van de vogels. Door mij heen vormt de Dharma op mijn gelaat een glimlach terug. Het is goed je zelf zo te verliezen.

Zwijmelend in bed, de geest in bezit genomen door de medicijnen, en je toch gevoed weten door geloof. Namu amida butsu. Kan het allemaal wel volgens het pad en kan het allemaal wel in dit leven?

Als ik zwijmel, als ik wegzak, maar ook soms als ik er denkend niet meer uit kom, dan roep ik intuïtief Shinran als mijn beschermengel aan en samen lispelen we de Boeddha toe in ik weet niet welke incarnatie. Berusten, ervaren, geloven: elke tegenstelling lost zich op.

Zojuist las ik een artikel over Mindfulness Based Stress Reduction. Wat kan ik hebben tegen toegepaste mindfulness als dat is wat me op het spoor van de Dharma heeft gebracht? Maar de seculiere mindfulness kiest uiteindelijk toch slechts een beperkte selectie uit het boeddhistische aanbod. Geen Dharma, geen pad, geen ritueel, geen devotie. Nee, dankuwel. Dat lust de doelgroep niet.

De onttoverde wereld zou goed af zijn met een re-sacralisatie van de werkelijkheid, met een doorbrekend inzicht dat een geest die geen pad en geen ritueel wil, deuren naar bevrijding voor zichzelf afsluit. Allemaal verlicht, allemaal Dharma. Maar inzicht kun je niet opleggen. Berusting, ervaring, geloof – dat is het parool.

Als er iets is dat me helpt, nu, op dit zeldzame heldere moment, en anders, in weggezakte staat, dan is het wel vertrouwen, geloof in de Boeddha en zijn onmetelijke licht. Ik heb het best vaak moeilijk wanneer ik mijn vitaliteit voel afbrokkelen. Dan zou voor mijn gevoel seculiere mindfulness waarschijnlijk toch tekortschieten.

Nee, geef mij maar de volle samenhang van de Dharma. Geef mij maar Thich Nhat Hanh. Dogen. Vasubandhu. Thanissaro Bhikkhu. Bhikkhu Bodhi. En niet te vergeten: Shinran, mijn beschermengel.

In geloof staat er een hele familie voor je klaar om je in verbondenheid door de eeuwen heen te helpen zoeken en je materiaal aan te leveren om levende woorden te vormen voor jouw ervaring nu.

Dat ik, mijn rationele ik, mezelf dit soort dingen hoor zeggen en zie schrijven. De Dharma heeft heel wat veranderd in mijn leven, ook al word ik er als mens verder niet beter van.