Je kunt de hele rijkdom van de zenmeditatietraditie toch niet reduceren tot de theorie dat in de juiste geestestoestand stil zitten op een kussen gelijkstaat aan verlichting?

Eihei Dogen

Wie mijn artikelen volgt, weet dat ik de nodige waardering koester voor de heer Eihei Dogen, alias Zenji, alias Kigen, zenmeester te Japan in de eerste helft van de dertiende eeuw. Ik lees en spel, herlees en weeg zijn leerredes (vaak zware kost), vooral die in zijn lijvige verzamelbundel Shobogenzo. Maar dat betekent niet dat Dogen voor mij het alfa en omega is van het zenboeddhisme.

Vooral in de Engelstalige boeddhistische wereld kom ik met enige regelmaat het begrip Dogen Zen tegen. Er zijn groepen die zich Dogen Sangha noemen. Het heeft er alles van weg dat er mensen zijn die zich exclusief bekennen tot de leringen van Dogen. Als dat zo is, dan mogen ze dat natuurlijk. Maar ik mag er ook het mijne van denken. Dogen Zen, kan dat eigenlijk?

Soto Zen, de school waarvan Dogen als grondlegger geldt, is natuurlijk een eerbiedwaardige traditie met wortels die teruggaan tot het Chinese zenboeddhisme. Ik heb niets tegen Soto Zen en misschien is Dogen Zen wel gelijk aan Soto Zen. Maar toch word ik ietwat ongemakkelijk van dat ge-Dogen. Misschien ben ik te achterdochtig, maar het komt op mij soms over als een knieval voor een tijdgeest gekenmerkt door persoonsverheerlijking en soundbites in maximaal 140 tekens.

Duizend mootjes
Er zijn mensen die lijken te vinden dat dingen zo zijn omdat Dogen het zei. Als dat de lading is die onder de vlag schuilgaat, dan komt Dogen Zen gevaarlijk dicht in de buurt van doctrinaire Zen en dat kan per definitie geen echte Zen zijn.

En mocht Dogen onverhoopt toch tot doctrine worden, dan is het tijd voor Linji’s man met de hamer, die man die het beeld van boeddha’s en meesters in naam van de bevrijdingseducatie in één klap aan duizend mootjes hakt. Tijd voor de tempelreiniging die Zen periodiek kent en die de traditie levend en gevarieerd houdt. Dood aan de Boeddha, dood aan Dogen!

Legendevorming
Laten we vóór alles kritisch blijven. Je kunt de hele rijkdom van de zenmeditatietraditie toch niet reduceren tot de theorie dat in de juiste geestestoestand stil zitten op een kussen gelijkstaat aan verlichting? Al is het alleen maar omdat een beoefenaar met een beetje gevoel voor de maat der dingen zich verre houdt van het V-woord.

Dogen heeft een schat aan hoogstaande literatuur nagelaten en een legendevorming waar je u tegen zegt, met dank aan zijn volgelingen die hier om hun moverende redenen interpretaties uit opdiepen die van de weeromstuit tot de wijsheid van de dag verworden. Dogen-promotie is al oud en heeft in de geschiedenis van zijn receptie een verwarrend spoor gezaaid van voetangels en klemmen.

Wetenschap
Er is zelfs een hele tak van wetenschap en exegese rondom deze literatuur gegroeid. Wijlen professor Masao Abe ging door voor een Dogen-deskundige. Naar verluidt heeft Abe Ton Lathouwers, de roerganger van Maha Karuna Chan, op een belangrijk moment in diens persoonlijke en spirituele ontwikkeling bij een toevallige ontmoeting de helpende hand toegestoken, iets waarvoor we hem alleen maar dankbaar kunnen zijn.

Masao Abe, schematische weergave van boeddhanatuur

Maar ik ben altijd wat verwonderd over de schematische weergaves die Abe er in zijn geleerde publicaties bij haalt om de essentie te verduidelijken van Dogens opvattingen over boeddhanatuur of tijdservaring.* Zen die zich laat vatten in de vorm van het soort geometrische afbeeldingen dat je normaliter aantreft in een wiskundeboek, kan de ware Zen toch niet zijn? Liever steek ik kostbare energie in zoeken en tasten naar de bedoeling van de meester in zijn cryptische geschriften, dan dat ik me laat afschepen met een reproductie van een kopiist, hoe getalenteerd deze op zichzelf misschien ook mag zijn.

Kritische vragen
Je kunt allelei kritische vragen stellen bij het werk van Dogen. Zonder uitputtend te willen zijn, noem ik er enkele.

Interpreteerde hij zijn bronnen wel correct? Haalde hij in zijn verstaan van het leerstuk van de oorspronkelijke verlichting niet het een en ander aan dimensies door elkaar? (Zelfs Abe schrijft dit.) Legde hij werkelijk het fundament voor objectloze zenmeditatie of zat hij zelf ook graag met koans op het kussen? In hoeverre is zijn identificatie van zazen met verlichting het product van historische omstandigheden die deze thans niet meer van toepassing maken? En is zijn meditatieformule niet een recept voor een quiëtisme, een zitten om het zitten, dat én een plots ontwaken én een gezonde vorm van engagement met de wereld in de weg staat?

Mysterie
Deze en andere vragen, en de discussie daarover, maken mijn achting voor Dogen er niet minder op. Het lijdt geen twijfel dat de man veel van waarde heeft bijgedragen aan Zen. Sterker nog, Dogen geldt in de Japanse Zen als een monument.

Wat Dogen voor mij dierbaar maakt is dat ik in de contradicties in zijn werk, in zijn tastbare worsteling om een onzegbare werkelijkheid te verwoorden, vaak het mysterie ontmoet, van verschillende kanten benaderd op verschillende momenten in zijn leven. Nu eens licht het een op, dan weer het ander, mede afhankelijk van het punt waarop ik me zelf bevind. Zijn grootsheid bestaat in mijn ogen hierin dat hij uitnodigt tot dynamische interactie en puzzelwerk dat in je blijft rondzingen en zich vermengt met andere perspectieven op de beoefening.

Groot hart
Maar laten we ook niet vergeten te kijken naar datgene wat het monument aan ons gezichtsveld onttrekt. Niemand, geen enkele meester, is in zijn eentje Zen. Ik hoop maar dat Dogen Zen niet een dwaallicht is voor onnozele halzen die zijn vereenvoudigde uitspraken voor zoete koek slikken op gezag van leraren die beter zouden horen te weten.

Er is als zenbeoefenaar niets wat je vrijwaart van je dure plicht om uit de oneindige mogelijkheden tot ontwaken jouw eigen weg te destilleren en zelf te leren in vrijheid en vrede een boeddha te worden met een groot hart dat openstaat voor het lijden van de ander. Gun jezelf de vrijheid en beperk je niet tot slechts één smaak.

Zelf laat ik me graag inspireren door de Pali Canon en de literatuur van Mahayana, door Vasubandhu en Chih-i, door de klassieke Chinese Zen, door Shan-tao en Shinran, door Bassui, Hakuin en Ryokan, door Sheng-yen en Thich Nhat Hanh, en door de leraren die ik in levenden lijve ontmoet. Het is niet gezegd dat dit niet geldt voor een aanhanger van Dogen Zen, maar voor de zekerheid vermeld ik maar dat er in de zenwereld meer uit voorraad leverbaar is dan Dogen alleen.

En uiteindelijk denk ik ook dat er geen grotere eer is die je Dogen kunt bewijzen dan door bij je zelfstudie hem te vergeten.


* Masao Abe, A Study of Dogen. His Philosophy and Religion (1992), p. 44.