Wij leven in gevaarlijke tijden. Zijn boeddhisten bereid hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen en de krijgsmacht te steunen bij gerechtvaardigde toepassing van geweld?

Dhamma in uniform?
Dhamma in uniform?
In de zomer van 2013 publiceerde ik een artikel over Syrië dat in de boeddhistische gemeenschap veel bekijks trok. Bouwend op mijn ervaring als voormalig reserve-officier bij de luchtmacht beschreef ik tot in rauw detail de verschrikkingen van een gifgasaanval en het soort dood dat daarop volgt. Ik bepleitte een vredesmars naar Damascus van alle boeddhisten ter wereld.

Als we met een miljoen of zo zouden zijn, dacht ik, dan konden we de zaak gewoon onder de voet lopen, net zoals de geallieerde landingstroepen in juni 1944 op de stranden van Normandië een te groot getalsmatig overwicht bleken voor de Duitse verdedigingslinies. Dat kostte indertijd aan zo’n 5.000 geallieerde militairen het leven, maar wat is het leven van een boeddhist waard als er geen permanent zelf in huist en je door het los te laten kunt helpen andere levende wezens te bevrijden?

De radio kwam me thuis interviewen en mijn idee stierf daarna een stille dood. Het was ook niet zo’n praktisch idee, hoewel ik in mijn achterhoofd Mahatma Gandhi had, die met dit soort geweldloze actie het koloniale bewind van Groot-Brittannië in India op de knieën bracht. De realiteit van nu is echter dat wie intervenieert in Syrië en Irak, ook de verplichting op zich moet nemen een zekere mate van nieuwe maatschappelijke cohesie tot stand te brengen. Geen enkele outsider is tot dusver na een gewapend militair conflict hiertoe in staat gebleken; er is geen reden om aan te nemen dat boeddhisten het er beter van zouden afbrengen.

Koekje van eigen deeg
De mars naar Damascus vindt nu in omgekeerde richting plaats. Europa wordt overstroomd door een golf vluchtelingen uit conflictgebieden, in Syrië en elders. En er lopen een paar ontaarde, geradicaliseerde rotjongens en meisjes in bomvesten rond die onze Europese bevolking een koekje van eigen deeg komen geven. Ze willen met aanslagen in verschillende landen het geweld exporteren dat hun mensen door onze regeringen wordt aangedaan. Hun intentie is om maatschappelijke ontwrichting te zaaien en het liefst om een burgeroorlog uit te lokken, een gewapende jihad van lokale strijders tegen de verdedigers van burgerlijke vrijheden, humanisme en democratie. Daarom is in eerste instantie vooral Frankrijk het doelwit; dat land is, met zijn gebrekkige integratie van etnische minderheden, een politieke tijdbom. Terroristen dragen daar graag het ontstekingsmechanisme voor aan.

Gevoed door beelden uit het oosten van de Oekraïne, Syrië en Irak spoelt er een golf van pacifisme door Europa. Terwijl regeringsleiders oorlogstaal bezigen en in grote Europese steden soldaten en legervoertuigen in het straatbeeld verschijnen, stemt het volk met de voeten. In grote landen als Duitsland, Frankrijk en Italië spreekt bij opiniepeilingen een grote meerderheid van de ondervraagden zich uit tegen oorlog, ook indien de Russische beer in een moment van begeerte een Baltische staat als een lekker hapje van het Navo- verdragsgebied afknabbelt.

Nucleaire afschrikking
Boeddhisten mediteren in hun sangha’s in de vrijheid die hun rechtens toekomt én onder de paraplu van gemeenschappelijke verdediging en de nucleaire afschrikking van atoommachten als Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Zo nodig kunnen, naar algemeen wordt aangenomen, ook Nederlandse F16’s van onze vliegbases opstijgen met een Amerikaanse atoombom aan boord, alleen in het uiterste, uiterste geval uiteraard. Maar in wezen weet niemand in de internationale politiek en de defensiegemeenschap meer hoe het vermolmde, door bezuinigingen uitgeholde bondgenootschap zal reageren in het geval het zelf bedreigd wordt door hybride oorlogsvoering (Krim, Oost-Oekraïne) of binnenlandse onlusten (terreur van bijvoorbeeld jihadisten).

Onder boeddhisten vind je veel pacifisten, is mijn inschatting. In de discussie over vrede en veiligheid komen ze algauw op de proppen met voorschriften uit de canon en eigen geweldloze intenties, maar waarom eigenlijk? In de geschiedenis zijn boeddhisten zonder dienst te weigeren onder de wapenen gegaan (de Chinese zenboeddhist Shengyen kwam er in Taiwan bijna niet meer onderuit) en niets in het boeddhisme verzet zich tegen gebruik van geweld tegen medemensen, mits vanuit de juiste intentie gepleegd. Juiste intentie omvat, zou ik zeggen, verdediging tegen een aanval van buitenaf of verdediging van burgerlijke vrijheden in geval van terreur van binnen uit. Er zijn ook boeddhisten, las ik in een van de laatste nummers van Boeddha Magazine, die door de Nederlandse krijgsmacht worden ingehuurd om leidinggevenden te leren bij conflicthantering eerst gebruik te maken van geweldloze communicatie.

Failliet leger
Wij, boeddhisten, kunnen als burgers van onze samenleving moeilijke keuzes niet ontlopen. Ieder mag zijn eigen keuze maken en ik heb respect voor een principieel pacifisme, tot op zekere hoogte. Want als er, zoals sommige media zeggen, in België nog een paar rotjongens rondlopen met plannen om handgranaten tot ontploffing te brengen temidden van het winkelend publiek, of zelf in elkaar geknutseld gifgas te strooien in de metro (wat helaas niet zo moeilijk is), dan komt er op zijn minst een moment dat je de aanwezigheid wenst te zien van troepen om de maatschappelijke onrust te stabiliseren en verder onheil te voorkomen.

En parate troepen, die kosten geld, veel geld, zoveel dat we er niet aan ontkomen de sterk gedaalde defensie-uitgaven substantieel te verhogen, zoals zestig bekende Nederlanders eerder dit jaar in een open brief aan de regering kenbaar hebben gemaakt. Zoals nu gebeurt af en toe een paar honderd miljoen euro erbij is een mooi begin, maar op termijn moet dat optellen tot structureel één en liefst twee miljard extra. Dat geld heb je nodig om genoeg van de steeds duurdere Joint Strike Fighters (F35’s) te kopen voor de luchtmacht, de marine wat extra’s te geven en het leger, dat technisch-financieel gezien zo goed als failliet is, uit de lappenmand te halen. De marechaussee, de militaire politie, wordt al versneld ‘opgeschaald’ om bij dreigende situaties bewakings- en beveiligingstaken uit te voeren en zo de gewone politie enigszins te ontlasten.

Vredesmissies
Verhoging van defensie-uitgaven is in alle Europese landen dringend nodig. Als boeddhist voorzie ik deze gedachte graag van mijn stem, zonder enige morele reserve. Ik zal geen militaire jachtvliegtuigen zegenen, zoals Japanse zenboeddhisten deden in de Tweede Wereldoorlog voordat kamikazepiloten zich op geallieerde doelen stortten. De kritiekloze omarming van het Japans ultranationalisme van die tijd is zen nadien op grote kritiek komen te staan, en terecht. Wij leven evenwel in andere tijden. Ik ben niet blind voor het doorgeslagen consumentisme en andere uitwassen van het kapitalisme; ik ben evenmin blind voor de dood en het verderf dat wij en onze bondgenoten zaaien in verre landen, ook al staan daar weer de nodige vredesmissies tegenover. Wij leven in een absurde werkelijkheid.

De kernvraag is telkens weer: Wat is gerechtvaardigde geweldstoepassing? Ik draag het karma mee van mijn tijdelijke officiersschap bij de luchtmacht (waar ik docent was) en weet een beetje van de dynamiek van vrede en veiligheid. Volledig maatwerk kan niet worden gegarandeerd. Volledig pacifisme is echter ook weer een te gemakkelijke uitweg als iedereen deze route kiest; het verlamt maatschappelijke oordeelsvorming en het speelt andere partijen in de kaart, zoals de Russische president, die vanuit Moskou geamuseerd toekijkt hoe de publieke opinie in het Westen in gedachten geweren breekt en omsmeedt tot ploegscharen. Wie is als boeddhist bereid om zijn of haar verantwoordelijkheid te nemen en de handen te steken in de modderstroom van onze defensie, dezelfde modderstroom waarin de wortels van de lotus zich nestelen voordat de bloem aan de oppervlakte opengaat?

Namu Amida Butsu,

Taigu