Jeugdherinneringen over krimiseries. En de voor- en nadelen van cultuursponsoring door bedrijven

“Alle unsere Angabe sind wie immer ohne Gewähr”. Al onze opgaven zijn zonder garantie.

Als deze zin na de lotto-uitslagen op de Duitse televisie klonk, dan stond de krimiserie Der Kommisar op beginnen, met in de hoofdrol mijn jeugdheld Erik Ode (1910-1983). Het was ‘s avonds laat, maar in het weekend en het was goed voor mijn Duits. Ondertitels ontbraken immers.

Na Der Kommisar (zwart-wit) nam Tatort het stokje over, veel later gevolgd door Inspector Endeavour Morse uit Oxford en Inspector Jack Frost uit het fictieve Denton. Maar toen werkte ik al bij ABN Amro.

De toenmalige bestuursvoorzitter daar hield, behalve van Kuifje, ook van Inspector Morse. Dat gaf wat afleiding tijdens onze reizen samen. Hij hield evenals ik van Gustav Mahler; en laat het huidige, door hem (en prins Claus) geopende hoofdkantoor van de bank aan de Amsterdamse Zuidas nu net aan de Gustav Mahlerlaan liggen. Dicht in de buurt van Beethoven en de andere componisten, dat wel.

Gelukkig, en alweer niet zo toevallig, sponsorde De Bank in die jaren via haar Amerikaanse dochterbedrijf het Chicago Symphony Orchestra, hoewel het ook een geliefd object was voor protestacties van Friends of the Earth (Milieudefensie) wanneer ‘Amsterdam’ bedrijven financierde die het niet zo nauw namen met het leefklimaat en de mensenrechten. Wat hadden ze daar in Chicago nu mee te maken? Ja, cultuursponsoring door bedrijven heeft voor- en nadelen.

Samen met de bewuste bestuursvoorzitter heb ik nog eens een Mahler-concert bijgewoond met Daniel Barenboim als dirigent. Plaats van handeling was het concertgebouw aan South Michigan Avenue, op een steenworp afstand van Grant Park, waar Barack Obama na zijn verkiezing in 2008 aan een jubelende menigte verscheen.

Inmiddels zijn daar de Pritzker Hall (openluchttheater) en de Cloud Gate van Anish Kapoor verrezen. Bij Philips hadden we een keer een jazzdiner voor de bedrijfstop op het podium van Pritzker Hall, dat met dertig meter hoge glazen deuren kan worden afgesloten van het aangrenzende grasveld. Ik kan er nóg met dichte ogen naartoe lopen, als Philips mij (gratis) zijn privéjet zou uitlenen om mij nog eens heen en weer te vliegen naar Chicago Midway, het tweede vliegveld van de stad met zijn gekruiste banen. Op O’Hare, een soort Schiphol in het kwadraat, mag je met een Falcon van Dassault niet landen; daar ben je een lastige dreumes tussen alle commerciële reuzen.

Das waren mal Zeiten…

Der Kommisar, Erik Ode met zijn ondergeschikte speurneus-acteurs